Quilts – 18 april 2013

Quilts

Een aantal jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met het maken van quilts. Het bleek een prachtige hobby te zijn. Met behulp van wat boeken leerde ik de techniek van het quilten en  na een proefstuk van ca. 30 bij 30 cm. ben ik met Jan naar Bergen geweest waar een prachtige quiltwinkel bleek te zijn om daar stof te kopen voor een sprei op ons bed. Hoe ik het heb aangedurfd om dit zonder enige ervaring en met wat techniekkennis uit een boekje te doen, snap ik nog steeds niet. En pas toen ik deze quilt af had, ben ik een cursus gaan volgen. Daar heb ik veel geleerd. SAMSUNG

Toen ik niet meer naar de cursusruimte kon (trappen lopen etc.) kwam de cursusleidster bij me thuis les geven. Eerst kwamen de andere cursisten mee, maar op een gegeven moment bleek het heen en weer gesjouw van alle benodigde materialen door de cursusleidster te veel en kwam ze alleen voor mij.
Deze privélessen hebben ervoor gezorgd dat ik veel kennis heb opgedaan over alle mogelijkheden om te quilten.

Ik zal eerst even wat vertellen over het quilten zelf. Het is namelijk al een heel oude techniek, ontstaan zelfs voor de tijd van de kruistochten. Zelfs de Romeinen maakten al quilts. Het woord quilt is een verbastering van het Latijnse culcita, wat ‘gevulde zak’ betekent.
In de tijd van de kruistochten (11e eeuw) kwamen de kruisvaarders in aanraking met de geappliqueerde tenten en banieren en de gequilte kleding van de Saracenen. Dit sprak waarschijnlijk nogal tot hun verbeelding, want ze introduceerden deze quilttechnieken in Europa toen ze terugkeerden van hun kruistochten. Je zou dus kunnen zeggen dat de christenen het quilten in Europa hebben gebracht. Vanaf die periode droegen bijvoorbeeld soldaten gequilte jassen. Deze jassen boden goede bescherming tegen de kou en tegen de primitieve wapens van die tijd. Quilten was in die tijd dus niet zozeer een hobby, maar kon juist van levensbelang zijn.

In het zuiden van Europa, in Italië, kreeg het quilten al vrij snel een decoratieve functie. Prachtige ontwerpen werden extra opgevuld, zodat er nog meer reliëf ontstond. Deze techniek werd ‘trapunto’ genoemd. Deze techniek is een nog steeds bestaande quilttechniek. Een ander woord voor trapunto is ‘Matelassé’. Ook in Nederland kwam deze techniek overigens voor. Vooral in de Zaanstreek werd het veel toegepast. Het heette daar ‘Zaans stikwerk’. Zoals gezegd, werd quilten in eerste instantie vooral gebruikt voor het maken van kleding. In de achttiende eeuw droegen mannen gequilte vesten. Maar niet alleen de mannen hadden gequilte kleding. Ook de vrouwen hadden hun deel: zij droegen gequilte onderrokken. Deze gequilte onderrokken hadden een tussenvulling van wol. Naast het feit dat deze met wol gevulde onderrokken erg lekker warm zaten, deden ze de bovenrok ook mooi opbollen. Dat vond men in die tijd mooi.

Amerikaanse quilts

Wat geschreven is over de oorsprong van quilten gaat voor een deel over Europa. Maar in Amerika is het quilten wel op een bijzonder wijze tot bloei gekomen. Er is een onvoorstelbare hoeveelheid patchwork patronen en een nauwkeurige manier van naaien beschikbaar.
Het hoogtepunt van het quilten in Amerika ligt tussen 1750 en 1890. Het quilten is in Amerika in het begin van de 18e eeuw ontstaan. Tot op heden loopt men daar nog steeds voorop als het om quilten gaat. Er zijn erg veel  quiltwinkels en de quiltstoffen zijn in Amerika veel goedkoper dan in Europa.
Quilten is momenteel veel minder noodzakelijk dan in het prille begin. Het is nu meer een volkskunst geworden.

De quiltgeschiedenis van Amerika begint met de Europese emigranten die zich zo’n drie eeuwen geleden in Amerika gingen vestigen. Zij namen hun eeuwenoude traditie als het waren mee. Het ging dan voornamelijk om de traditie van het quilten: het doorpitten van de stof. Het patchwork was in eerste instantie veel minder bekend. De eerste Amerikaanse quilts waren waarschijnlijk gewatteerde dekens die doorgequilt waren. Ze bestonden gewoon uit een lap stof uit één geheel (dus nog geen patchwork).

Linsey-woolsey’s

In de koude gebieden van het platteland van Amerika, ontstonden de zogenaamde ‘Linsey-woolsey’s’  Dat waren effen, zware gequilte dekens. Ze waren bedoeld voor een hemelbed en ze reikten tot aan de grond. Hoewel de dekens vrij dik waren, werden ze helemaal doorgequilt met kleine steekjes in mooie patchwork patronen. Dat was een bijzonder tijdrovend maar ook rustgevend werk. In de koloniale tijd, waaruit de linsey-woolsey’s stammen, was daar nog de tijd voor. Ook al was het quilten maar één van de vele taken die de huisvrouwen van die tijd hadden, ze namen er toch de tijd voor. Wat is er immers méér rustgevend dan heerlijk bij de haard een grote deken quilten? En in die tijd werd niemand gestoord door de televisie…

Patchwork

De kleding die men maakte, was van katoenen stoffen. Dit ging dan vooral om overhemden, schorten, mutsen en jurken. Patchwork werd daarentegen van de restjes gemaakt. Deze restjes stof werden bewaard in een zak, de zogenaamde ‘scrapbag’. (snipperzak) Nog steeds staat ‘scrap quilt’ voor een quilt die samengesteld is uit allemaal kleine restjes.

Quilting bees

In die tijd zijn ook de zogenaamde ‘quilting bees’  ontstaan. Dat zijn gezellige bijeenkomsten waarbij iedereen aan z’n eigen quilt werkt. In de winter maakte de vrouwen de patchwork tops en in de zomer kwamen ze dan bij elkaar tijdens de quilting bees. Er werd dan vaak gebruik gemaakt van een groot quiltraam waar ze met elkaar omheen zaten. In deze quiltgroepen werden natuurlijk nieuwtjes uitgewisseld. Ook leerde men elkaar nieuwe technieken en werden er patchwork patronen van elkaar overgenomen. De huidige quiltbees vervullen dezelfde functie. In die tijd hadden de vrouwen een behoorlijk geïsoleerde positie. De quilting bees haalden hen uit hun isolement en waren dus belangrijke sociale gebeurtenissen. Dat zijn de quiltbees nog steeds, al valt het tegenwoordig wel mee met het sociale isolement van vrouwen.

In de jaren daarna wordt het quilten steeds populaider en doet de naaimachine zijn intrede. Dat vergemakkelijkte het hele proces van het aan elkaar naaien van lapjes. Bovendien zijn er tegenwoordig zulke prachtige machines die breed genoeg zijn om mooie quiltpatronen te maken om de lagen van de quilt door te pitten. Maar de echte quilter doet alles nog steeds met de hand. Net zoals ik de grote sprei met de hand heb gemaakt. Tenminste het deel dat bestaat uit de bovenlaag van de sprei.

Dat bovendeel bestaat uit blokken. In totaal zijn er 4 bij 8 is 32 blokken. Elk blok is 30 bij 30 cm. groot en bestaat uit negen vierkantjes. Elk vierkantje bestaat uit één of vijf lapjes. En dat zijn in totaal 41 lapjes per blok. En die heb ik allemaal met de hand aan elkaar genaaid. Ook de blokken heb ik met de hand aan elkaar genaaid. Alleen de randen aan de zijkanten zijn met de naaimachine eraan genaaid. Het echte quilten heb ik uitbesteed aan iemand die daar een grote machine voor had. gekoppeld aan een naaimachine en zij heeft het patroon er vervolgens in gemaakt.
SAMSUNG

En nu ligt deze sprei al enkele jaren op ons grote bed. Hij blijft prachtig. Ook mijn proeflapje en de quilt die ik tijdens de cursus heb gemaakt om allerlei soorten quiltmanieren uit te proberen.
In een kastje boven heb ik heel erg veel lapjes in allerlei maten en kleuren. Maar het uittekenen van het patroon en het heel precies snijden van de lapjes krijg ik niet meer voor elkaar, helaas. Het zou erg fijn zijn als ik dat weer zou kunnen, maar het is niet anders. De lapjes komen te zijner tijd zeker op een goede plek terecht en ik geniet nog dagelijks van de sprei en de andere quilts die ik heb gemaakt.

Tot de volgende keer!