Kleine dorpen – 18 maart 2013

Kleine dorpen

Toen ik vanmorgen de Volkskrant op zijn gebruikelijke plaatsje legde (de stapel waar ie wel of niet door Jan wordt gelezen en waarvan ik alleen even snel de koppen van de voorpagina scan) viel me meteen de volgende tekst op: ‘Geldautomaat verdwijnt uit kleine dorpen’.  Mijn eerste gedachte hierbij was, dat vooral ouderen hier weer de dupe van zullen worden.

Als je in een dorp woont met maar een paar honderd mensen, kun je dat een klein dorp noemen. Maar misschien vinden de inwoners een gehucht van drie boerderijen, een kerkje en een kroeg pas klein en hun eigen dorp niet. Het ligt er maar net aan welke definitie je gebruikt voor klein. Maar daar trekken bestuurders van bankkantoren zich niets van aan. De laatste jaren is het aantal bankfilialen met zo’n 30 % gedaald. En nu vallen de geldautomaten ook ten prooi aan de zucht naar winst van de banken.

In Europa zijn er per miljoen inwoners ruim 780 geldautomaten, in Nederland maar 450. Steeds meer inwoners van kleine kernen moeten naar een naburig dorp. Een enkele keer kunnen ze in  de plaatselijke super wat bijpinnen, maar als iedere klant dat doet, zit de supermarkt zonder contant wisselgeld dus je hebt dan  maar een klein bedrag extra in je portemonnee.

En zo vallen veel geldautomaten ten prooi aan de hebzucht. Natuurlijk hebben de banken wel gezorgd voor een ‘degelijke’ onderbouwing. ‘Er wordt steeds minder gepind’, zeggen ze. En ‘Ze zijn te kostbaar’, hoor je ook. ‘Er wordt steeds minder geld contant opgenomen en dus kunnen we veel geldautomaten sluiten’.
Bovendien willen veel banken af van het contante geld. Waar moeten ze er mee naar toe? Het klopt dat hoe minder contant geld wordt gebruikt, hoe duurder het is. Maar toch stuit de sluiting van geldautomaten juist in kleine dorpen me tegen de borst.

In de kleinere dorpen wonen namelijk vaak ouderen en die zijn van jongs af aan gewend om met contant geld te betalen. En nu zijn ze verplicht te pinnen of naar een volgend dorp te rijden om aan contant geld te komen. Of ze worden gedwongen  om geld over te maken met behulp van de computer. Maar niet iedereen heeft zo’n apparaat. En mocht je dan toevallig er wel een hebben, wordt die PC dan gebruikt om betalingen te doen of geld over te maken? Nee, juist door ouderen vaak niet.

Eerst verdwenen de bakker,de slager, de groenteboer en de melkman uit het dorp. En dan mocht je blij zijn als er genoeg inwoners waren om een kleine buurtsupermarkt te laten bestaan. Meestal was er in een dorp toch wel een filiaal van een bank, soms wel van meer banken. Toen die verdwenen, bleven er gelukkig wel de geldautomaten. En nu gaan die automaten ook nog te ziele. En er zal heus wel iets van hun beweringen steek houden, maar wat volgens mij de belangrijkste reden is dat het geld kost. Geld dat wordt verdeeld als bonus aan de directeuren en managers van de bank. En stel je voor dat je bonus ineens iets lager uitvalt dan je verwacht had omdat er geld toegelegd moet worden op een geldautomaat in een klein dorp. Nee, dan maar sluiten die automaat. We kijken niet naar wat dat betekent voor de dorpsbewoners, ben je mal. Ons hoge salaris en onze bonus gaat voor alles, zelfs voor die paar geldautomaten.

Bankmensen, word eens wakker en kijk om je heen. En zie dan wat je doet. Luister naar inwoners en stem je beleid af op wat zij graag willen in plaats van rücksichtslos iedereen te verplichten naar een andere oplossing te zoeken wanneer ze contant geld in hun portemonnee willen hebben. Laat het blijven van een geldautomaat niet afhangen van je winst en kom terug op het besluit nog meer geldautomaten te sluiten.

Tot de volgende keer!

Geef een reactie: