Vakanties in eigen land – 23 februari 2013

Vakanties in eigen land

Sinds Jan en ik getrouwd zijn, zijn we vrijwel ieder jaar in ons eigen land op vakantie geweest. De keren dat daar verandering ik kwam kunnen we op minder dan twee handen tellen. Maar deze vakanties waren wel heel bijzonder. Daar schrijf ik een andere keer over. Want vandaag wil ik het hebben over de andere vakanties. Ons eigen Nederland is zo mooi en er zijn zo veel prachtige plekjes dat je nooit uitgekeken raakt.

Voor degenen die ons niet kennen, Jan is lang, 1.98 meter en dat maakt dat tenten en caravans voor hem altijd te laag zijn. En we hebben twee keer een vakantie doorgebracht in de stacaravan van zijn ouders die in Oudemirdum (Gaasterland) op een mooie rustige kleine camping in het bos stond. ’s Avonds sleepten we de matrassen op de grond zodat hij languit kon liggen, maar het was wel afzien. De jongens waren nog klein, drie en éen en het jaar erop dus vier en twee jaar oud. We werden met fietsen en al door de buurman uit Emmen gebracht en gehaald en zo hadden we een heerlijke vakantie. We fietsten en wandelden veel door heel Gaasterland. Thijs, de jongste, vaak in een zitje bij Jan op de rug of in zijn fietsstoeltje en Wietse bij mij achterop.

De jaren daarop hebben we alleen maar vakantie gevierd in een bungalow of gehuurd huis. En ook nu nog kiezen we voor een ruime bungalow waar ook de zorg voor mij goed geregeld is. We hebben eigenlijk alle provincies al een keer bezocht, behalve dan Groningen en Zuid-Holland. En dus zijn Friesland en Drenthe als eerste aan de beurt. Over Gaasterland heb ik het al gehad. Ik heb natuurlijk mijn jeugd doorgebracht in Emmen in Drenthe en ondanks dat we nu al weer vele jaren in de polder wonen, blijft Drenthe me wel trekken. Het is fijn om weer eens in  Emmen rond te kijken. Jeetje, wat is dan het winkelcentrum groot geworden en ook het Noorder Dierenpark heeft heel veel veranderingen ondergaan. In de omgeving van Zweelo-Aalden, waar mijn vader woonde met zijn tweede vrouw na het overlijden van mijn moeder. hebben we ook diverse keren vakantie gevierd. Het Kamp Westerbork en de grote rij radiotelescopen bij Dwingelo zaten standaard in het programma en het Boomkroonpad, waar je wandelt tussen de toppen van de bomen, is zeer de moeite waard. In Bargercompas is het Veenmuseum waar je nog het echte veen kunt zien en waar de plaggenhutten en de turfschuit van het verleden getuigen.
Het Mantingerzand met zijn zandverstuivingen en zijn vliegdennen is een werkelijk prachtig natuurgebied waar je uren kunt dwalen en de schaapskuddes in Exloo en op de Dwingelder Heide zijn mooie uitjes.

In de provincie Overijssel zijn we altijd in Twente geweest en dan in een bos net buiten Losser, waar een paar woonhuizen naast een grote kampeerboerderij staan en van waaruit we veel fietstochten ondernamen richting Duitsland. Ook in Haaksbergen hebben we gezeten, dichtbij het Buurser- en Fochteloërveen waar veel zeldzame planten zoals zonnedauw voorkomen. Hier zit vaak een kolonie flamingo’s die daar als tussenstation even verblijven. Gelderland kan bogen op een tweetal vakanties, één in Loenen op de Veluwe en een in Meddo bij Winterswijk in de Achterhoek. In Meddo konden we nog grote stukken fietsen, ook Duitsland in, waar je een prachtige natuurgebieden aantreft. Maar ook leuke dorpjes als Lievelde en bijvoorbeeld de Erve Kots waar een museum over oude tijden is en waar nog met de oude molen meel wordt gemaald die je kunt kopen. Van allerlei soorten graan is hier te koop, van spelt tot rogge en van multigraan tot vruchtenbrood. Ook zelfgemaakte jam en boerenkaas is hier verkrijgbaar.
Toen we in Loenen zaten had ik mijn scootmobiel mee en maakte we tochten over de Veluwe en zijn we naar Burger’s Zoo geweest. De Posbank was afgesloten vanwege een hardloopevenement en dat was erg jammer.

De provincie Utrecht heeft ons gezin ook twee keer mogen ontvangen. In Leersum zaten we in een bungalow die we via de FNV konden huren. We fietsten vandaar uit richting de Betuwe, aten pannenkoeken in Amerongen, beklommen de Amerongse Berg en bekeken Huis Doorn waar de Duitse keizer zijn laatste levensjaren heeft doorgebracht. Het tweede jaar dat we hier zaten, hebben we met de kinderen heel veel uitstapjes met de trein gemaakt. Naar Hoek van Holland en Madurodam, naar Bergen aan Zee en het Zeeaquarium, naar Valkenburg in Limburg en naar de grotten daar en de ruïne, en als laatste was daar de lange reis naar Texel.
Daarmee zijn we in Noord-Holland beland. We hebben enkele keren op Texel gebivakkeerd, maar ook in Julianadorp bij Den Helder. Pas een jaar of vier geleden hebben Jan en ik een week in een hotel op Texel doorgebracht. Ook hier was mijn scootmobiel mee en hebben we heerlijke tochten over het eiland gemaakt. Een bezoek aan Ecomare, de vuurtoren, de verschillende dorpjes en de begraafplaats waar de Georgiërs liggen begraven die in opstand zijn gekomen tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk zijn gefusilleerd, zijn zeker de moeite waard. We hebben veel bessen geplukt in de Zelfpluk-tuin en in Den Burg is het goed eten. Toch blijft de zee de meeste aantrekkingskracht uitoefenen en juist daar kan ik net meer goed bij komen. Daar is mijn elektrische rolstoel niet geschikt voor. Natuurlijk komen er wel steeds meer strandrolstoelen met grote luchtbanden, maar daar kan ik mijn rechterbeen niet kwijt omdat dat been rechtuit de minste pijn oplevert en ik daar dan geen steun voor heb.

Zoals ik al vertelde slaan we Zuid-Holland over, maar Zeeland, (twee keer), Noord-Brabant, (één keer en dat was één keer te veel) en Limburg (drie keer) hebben we wel bezocht.
Het belangrijkste wat ik van Zeeland heb onthouden was dat er alleen maar klinkers en keien liggen waardoor het zitten in een rolstoel een groot probleem was voor mij. We hebben wel leuke dingen gedaan. Brugge, in Vlaanderen hebben we bezocht, net als het dorpje Veere, de Oosterscheldedam en het werkeiland Neeltje Jans want nu poogt een pretparkje te worden. De tentoonstelling over de Deltawerken is wel indrukwekkend. De boottocht op de Oosterschelde was mooi. En we troffen ook nog Thijs en Marion want die waren aan het zeilen met vrienden daar vlak in de buurt.

De vakantie is Brabant verdient echt een apart blog en daar zal ik dus morgen meer over vertellen. En dan blijft Limburg als laatste over, de langgerekte provincie in het zuidoosten van ons land. Hier zijn we dus drie keer geweest. Een keer met de kinderen in een weekend dat de (voor de liefhebbers van wielerkoersen tenminste bekende) Amstel Gold Race werd verreden. De dag voordat de profs de Limburgse heuvels beklommen, deed Jan mee met de toertocht van 150 kilometer, inclusief de heuvels. Wij stonden dan op diverse plaatsen naast de route om hem aan te moedigen en te voorzien van eten en drinken. Bovenop de Vaalserberg hebben we samen koffie met vlaai genuttigd en kon Jan zijn route vervolgen.
En de laatste twee keer dat we in Limburg waren is in 2012 geweest. Twee keer in Posterholt. Daar hebben we een aantal Facebook-vrienden in real life ontmoet en dat was een fantastische ervaring. En natuurlijk heeft ook Limburg zijn mooie plekjes. Denk maar aan het witte dorpje Thorn, het kasteel in Arcen, Maastricht, die mooie stad met zijn prachtige kerk en de St. Pietersberg. Valkenburg met zijn vele restaurantjes is een leuk dorp.

Dit was dus een korte reis door Nederland. We hebben nog lang niet alles gezien en ik hoop dat we tijd van leven hebben én de mogelijkheid om nog eens een nieuwe plek van Nederland te bekijken. Morgen een apart blog over onze vakantie in Noord-Brabant en voor nu

Tot morgen!

 

Ruimtegebrek – 22 februari 2013

Ruimtegebrek

Vandaag is mijn blog gewijd aan iets waar bijna elke vrouw mee kampt: gebrek aan ruimte. En dan met name ruimte voor je kleding.
Als ik naar mezelf kijk, dan heb ik steeds meer moeite om lege hangertjes te vinden om kleding aan op te hangen. En dan ben ik ook nog een grote uitzondering in de grote groep van rondsnuffelende dames op zoek naar koopjes en accessoires. Ik koop namelijk nauwelijks kleding, noch in een echte winkel, noch online.

Het is zeker een jaar geleden dat ik nieuwe kleding heb gekocht. Want zoals elke vrouw, wilde ik er op onze cruise naar Noorwegen in mei 2012 op mijn best uitzien. Een paar gemakkelijk zittende donkerblauwe en zwarte tricotbroeken die niet strak tegen mijn huid zaten, twee leuke vesten in knalroze en donkerblauw, wat bijpassende t-shirtjes en topjes in prachtige kleuren en een paar leuke fleurige bloesjes.
Het is een crime voor me om kleding te passen. Iedere keer aan en uit is enorm vermoeiend. En dan kun je jezelf wel opsluiten in een pashokje en laat je degene die bij je is (of de winkelmevrouw, als Jan erbij was) de gewenste zaken uitzoeken en aangeven, zodat je niet steeds weer de winkel in hoeft; nee, ik heb het sinds 2009 nooit meer een pretje gevonden. Er is nauwelijks ruimte voor een rolstoel en dus hang je in een pashokje op een houten krukje en wurmt men dingen over je hoofd. Maar het mag ook niet strak om mijn rechterarm of borstkas of been zitten, want dat zorgt voor een brandende pijn die uren aanhoudt.

En ook daarvoor al winkelde ik op websites van diverse kledingwinkels waarbij je tenminste thuis kunt kast4alis passen en het weer op kunt laten halen als het je niet bevalt. En ook dat blijft natuurlijk een gedoe want het is vaak toch net even anders dan op het scherm wordt afgebeeld en soms blijf je heen en weer sturen tot je eindelijk iets naar je zin hebt. Maar na de aankopen voor de cruise is er niet veel meer bij gekomen.
Dat komt omdat ik bijna de hele dag in mijn bed voor het raam lig en het veel prettiger is om dan een nachthemd of pyjama aan te hebben dan normale kleding. Ik ben een koukleum en heb gewoon een dekbed over me heen nodig en sinds een paar maanden een elektrische deken onder me en met gewone kleding kan ik er niet lekker onder kruipen en in nachtkleding kan dat wel. Dus wat ik gekocht heb waren nachthemden en pyjama’s. Je trekt toch Iedere dag iets schoons aan en je wilt ook niet in een verkleurd gekrompen nachthemdje je bed uit komen om de voordeur voor iemand open te doen, laat staan dat ze dan ook nog tegen je billen en blote benen aan kijken als je ze voorgaat de kamer in. Wel een slipje aan met een kantje uiteraard, maar dat toon ik  liever niet aan de hele wereld.

Toch kwam ook voor mij de dag dat ik ruimtegebrek in de kledingkast kreeg. Hoe het kwam? Ik wist het echt niet. Ik had geen nieuwe dingetjes gekocht en ik heb de kast dus maar eens open getrokken en bestudeerd. En de oorzaak was snel gevonden. Ja, er was een hanger bijgekomen die vol hing met zelf gebreide sjaaltjes in allemaal kleurtjes. Het mooie Noorse vest was natuurlijk ook nieuw en het prachtige vest van fleece uit Kenia van de Olifantenopvang was er ook bijgekomen. En natuurlijk kwamen er steeds meer zelf gebreide vestjes bij. En daarmee was het ruimtegebrek verklaard. En er moest dus iets gebeuren, want diverse dingen hingen over elkaar en dan was ik het kwijt en zocht lang naar dat wat ik dan perse wilde hebben.

En vanmorgen was daar mijn zusje Willeke en dus tijd voor de grote opruiming. Ik heb heerlijk op bed gelegen en zij heeft stuk voor stuk de kleding uit de kast gepakt. Ik besliste wat ermee wilt gedaan moest worden. Past het nog? Zit het niet te strak? Past het bij de rest die overblijft of is het volkomen uit de tijd? Langzaam maar zeker stegen de drie stapels. De stapel van ‘Gaat weg’  groeide het hardste, de stapel ‘Blijft’ vorderde redelijk en de stapel ‘Oh wat leuk, dat past mij ook’ voor Willeke bleef eigenlijk niet achter. Maar wat is het moeilijk. Het besluit alleen al om eens rigoureus opruiming te houden en weg te doen wat je al meer dan een jaar niet hebt gedragen, gaat voor mij namelijk niet alleen op. Bij mij is het belangrijker hoe comfortabel iets zit en/of het niet strak zit of kan gaan zitten en of ik het kan combineren met de rest van mijn kleding. En dus gaan er dingen weg die me vreselijk aan het hart gaan. Dingen die ik met zo enorm veel plezier heb gekocht en gedragen of zelf heb gemaakt. Het is verdorie bijna net zo moeilijk als dingen weggooien als je verhuist terwijl je het liefst alles mee zou willen nemen.

Maar zo werkt het dus niet. Ik kan heel goed dingen weg gooien, soms wel eens te goed. Zoals bijvoorbeeld de dagboeken uit mijn pubertijd die ik in een vlaag van verstandsverbijstering en opruimwoede heb weggegooid en waar ik nu echt heel erg veel spijt van heb. En ook met de grote verzameling songteksten en hitlijsten van muziek uit de jaren ’60. Maar het eerste deel van onze opruiming is nu klaar. In een volgende vakantie pakken we de stapels met t-shirts, topjes, pullovers en jurken aan.
Ik vermoed dat vooral in de t-shirts een grote bres geslagen zal worden, want alles met lange mouwen kan weg omdat het niet meer draagbaar is voor me en te strak zit en de vreselijk wijde shirtjes die ik wel kan verdragen slobberen om me heen en moeten dus ook op ‘weggooi’ – stapel omdat ik toch nog wel een klein beetje ijdel ben en niet voor gek wil lopen. Ik hoop dat dat makkelijker wordt dan de exercitie van vandaag. Maar daarover vertel ik een andere keer meer.

Tot morgen!

Dierentuinen – 21 februari 2013

Dierentuinen

Soms kun je het leven waarin wij mensen een rol spelen net zo goed een dierentuin noemen, maar ik wil het deze keer hebben over de échte dierentuinen.
Want ik heb in mijn leven al vaak een bezoek aan een dierentuin gebracht.

Dat begon natuurlijk al toen ik in Emmen woonde. Als klein kind gingen we wel eens met onze ouders naar de dierentuin die midden in het centrum van Emmen lag. Op een werkelijk prachtige plaats tussen het winkelcentrum en de spoorlijn. In die tijd kwam je binnen bij de grote rots waar berggeiten heel behendig rond klauterden. Natuurlijk waren er olifanten, leeuwen, apen, veel vogels waaronder een grote uilenburcht en de kinderboerderij waar de kippen rond fladderden en de geitjes en konijnen en cavia’s proberen te ontsnappen aan grijpgrage kinderhandjes. Er was veel hekwerk, kleine ruimtes waar de dieren zich absoluut niet prettig in zullen hebben gevoeld en het grote restaurant met speeltuin waar we dan een ijsje kregen.

Ook kwamen we een enkele keer tijdens een vakantie met mijn ouders in een dierentuin. Bijvoorbeeld in Arnhem bij Burger’s Dierenpark en in Rhenen in Ouwehands Dierenpark. Ook daar trof je veelal traliewerk en kleine hokken aan. Wel kan ik me het warme welkom van de ara’s herinneren die in een lange rij allemaal op hun eigen paal met één poot vast welwillend ‘koppie krauw’ riepen als je ze dat eerst honderd keer had voorgedaan. Maar de pinda die ze als beloning kregen was natuurlijk het leukste van het spelletje..

Pas toen Jan en ik weer in Emmen gingen wonen en de kinderen zover waren dat ze mee konden, werd ons dierentuinbezoek flink opgevoerd. We kochten een jaarabonnement voor ons hele gezin en (bijna)  iedere zondagmorgen fietsten we naar het centrum en meldden ons bij de ingang. Het was er nog heerlijk olifant rustig dan. Pas tegen een uur of elf, half twaalf als de grote stroom bezoekers op gang kwam, vertrokken we weer. Iedere zondag was een ander stukje van het park aan de beurt. En zo hebben we het Noorder Dierenpark zien veranderen van een park met veel kleine hokken met tralies in een prachtige open tuin waar dat kon en een optimale beveiligde plek voor de dieren als tijgers en beren maar zo, dat ze heel goed te zien waren. Aan alle kanten is de natuurlijke habitat van de dieren nagebootst. Zoals de savanne waar zebra’s, neushoorns, giraffen en antilopen. En de prachtige omgeving waar de tijgers liggen te zonnen en waar je achter glas ze kunt gadeslaan of vanaf een bezoekerstoren die in het tijgergebied is gebouwd.

Het was een groot feest toen de vlindertuin werd geopend en de eerste grote kooien met bijzondere vogels  die daar rondvlogen en boven in de hoge bomen hun nesten bouwden of beneden in de grote vijvers hun maaltje bij elkaar zochten. Daar had je grote bavianenrots waar de moeders hun kleintjes op de rug op hangend aan hun buik meedroegen. De peuteraapjes die samen speelden waren  natuurlijk fantastisch om te zien. En toen ook nog de Afrikahal werd geopend met het tropische regenwoud en de krokodillen zich doodstil hielden als je op het loopbruggetje hun grote vijver overstak. We hebben ook heel veel foto’s van die periode natuurlijk. Niet alleen die we zelf maakten maar ook die gemaakt werden bij de ingang van het park en waar de jongens op de foto[’s steeds wat ouder werden.

Toen de kinderen wat ouder werden, hebben we ze meegenomen naar Artis (toen we 12,5 jaar getrouwd waren) naar Burger’s Dierenpark in Arnhem en naar Ouwehand’s Dierenpark in Rhenen. Ook daar was in  de tussentijd veel veranderd. In Rhenen kwam er een groot gebied voor de beren die veel bekijks trokken en natuurlijk ook het ijsberenbassin waar je door een glazen wand de ijsberen kon zien zwemmen.

robEn ook nu ze volwassen zijn gaat er nog wel eens een mee. Zo zijn we naar Münster in Duitsland naar de dierentuin geweest met Wietse. En ook de tuin in Emmen heb ik wel eens met Wietse bezocht.
Jan en ik zijn samen opnieuw in Burger’s Zoo geweest en met een tante en een nicht van mij  zijn we in Ouwehand’s Dierenpark geweest.
Afgelopen herfst heb ik dagelijks via de webcam uitgekeken naar de geboorte van het nieuwe olifantje in Dierenpark Amersfoort. Een uniek schouwspel.
Amersfoort is één van de parken waar ik nog niet in het echt ben geweest.
En wat voor hekel in ook heb aan dieren in kooien die kunstjes doen, van de dieren waar zeer zorgvuldig mee wordt omgegaan en waar alles aan gedaan wordt om ze in hun natuurlijke omgeving te laten bewonderen, krijg ik geen genoeg. Ik hoop echt dat ik de komende zomer een keer in staat zal zijn om in Amersfoort te gaan kijken want dat jonge olifantje is een grote trekpleister voor me.

Ik ben heel benieuwd of er onder mijn lezers ook dierenpark-liefhebbers zijn of dat jullie met z’n allen in opstand komen tegen het houden van dieren in een dierentuin. Laat het me weten als je wilt.

Tot morgen!

Hoe het begon, deel 6 – 20 februari 2013

Hoe het begon, deel 6

Na een aantal blogloze dagen, wil ik vandaag weer verder met mijn 365-dagen project. De twee gemiste blogs zal ik zeker inhalen, maar nu nog even niet. Ik was even mijn energie helemaal kwijt na het bericht over mijn huisarts en de vraag hoe het nu verder moest. Maar ik ben nu een beetje aan het idee gewend en er zijn me wat tips aan de hand gedaan waardoor ik weet dat er een oplossing mogelijk is en dat is fijn.

Vandaag dus hoe mijn verhaal verder ging, want hoe ‘Het begon’ dekt de lading niet meer, maar alla. Ik was de vorige keer geëindigd met de MRI die veel duidelijk maakte. De hernia die laag onder in mijn rug zat, vlak boven mijn stuitje speelde opnieuw op en niet zo’n klein beetje ook. Opnieuw behoorlijke pijn, flinke uitstraling, nu  naar mijn linkerbeen, tintelingen en dat werd dus veroorzaakt door dezelfde hernia die uiteindelijk rechts vanaf oktober 2002 de zenuwbeschadiging heeft veroorzaakt. Maar er bleek nog veel meer ellende te zitten. Er zat op drie plaatsen een behoorlijke vernauwing, wat ze met een moeilijk woord kanaalstenose noemen en waar de vergroeiingen op het ruggenrmerg drukte , er zaten helemaal onder in mijn rug zenuwen klem en bovendien was er een artrose-proces op gang gekomen met zulke scherpe uitsteeksels dat ze tegen aorta aan lagen. En wat er nog meer mis wis, is te technisch om uit te leggen maar het was ronduit een puinhoop daar. Opnieuw waren pijnstillers en bedrust de aangewezen manier om weer een beetje op te knappen.
Maar eigenlijk was de huisarts van mening dat ik toch opnieuw naar een neuroloog moest om te kijken of er nu een operatie kon plaatsvinden om de herniaproblemen op te lossen. Ik had nu meer dan genoeg pijn gehad en het ging alleen maar achteruit.

Ik wilde uiteraard niet meer naar de neuroloog in Harderwijk die niet zonder opnieuw een verwijzing en op de wachtlijst staan naar mijn rug wilde kijken en aan wie ik daarover een boze brief had geschreven maar de neuroloog in Zwolle waar ik in mei 2004 al eens was geweest, was er natuurlijk ook nog. Hij kreeg de MRI zelf, de uitslag daarvan en de verwijzing van de huisarts en toen hij dat allemaal had bestudeerd keek hij mij aan en vroeg wat er nu precies aan de hand was en hoe het sinds mei 2004 was gegaan. Daarop heb ik eerlijk het verhaal verteld van de second opinion in Utrecht en de epiduroscopie in Arnhem en op dat moment ontplofte hij zo ongeveer. Waarom was ik niet meteen weer naar hem teruggekomen? We hadden toch afgesproken toen dat ik me zou melden als ik weer meer klachten kreeg en waarom had ik dat niet gedaan? “U bent nu in Arnhem, Utrecht en Harderwijk geweest en nu komt u weer naar mij. Vindt u nu ook niet dat u aan het shoppen bent? Ja toch, u bent aan het shoppen met uw rug en overal krijgt u aandacht en nooit is het genoeg. En dus winkelt u verder, terwijl ik u al in een veel eerder stadium had kunnen doorsturen naar een neurochirurg”. Hij werd bozer en bozer en ik, inmiddels huilend natuurlijk want wie verwacht nu zoiets van een arts waar je komt voor hulp, kon alleen maar stamelend uitbrengen dat het zo kon worden uitgelegd natuurlijk. Ik was totaal niet in staat hem uit te leggen dat ik alleen maar op zoek was naar hulp zonder een flinke operatieve ingreep die misschien ook niet zou leiden tot pijnreductie.
Maar hij ging nog verder. “Nu komt u weer terug en u verwacht nu dat ik u wel even zal doorverwijzen naar de neurochirurg. Dat zal ik doen, maar wel met dit in mijn achterhoofd. Dan kan hij ook een blik op uw rug werpen, maar ik vermoed dat hij u dit ook kwalijk zult nemen en om medeleven hoeft u niet te vragen. Ik voorzie dat u naar een pijnpoli moet, maar zegt u nu zelf. Als u met dit hele verhaal wat u mij nu vertelt op een pijnpoli komt, zullen ze u gegarandeerd helemaal onderaan de wachtlijst zetten, want dat zou ik ook doen. We zitten niet te wachten op shoppende patiënten zoals u. Dat zou u toch ook doen als u zo iemand op uw spreekuur krijgt?” En ik kon gaan, helemaal overstuur en ook Jan wist absoluut niet wat hij moest zeggen. Totaal overbluft waren we.

Een paar weken later mocht ik me melden bij de neurochrirurg en die was geïnformeerd door de neuroloog over mijn ‘shoppende’ zoektocht. Hij begon met te zeggen dat hij had begrepen dat ik al overal om hulp had gebedeld en dat hij nu de rotzooi op mocht ruimen. De toon was daarmee meteen gezet. Daarop bekeek hij de MRI, constateerde dat de pijn die ik had maar voor 10% werd veroorzaakt door de hernia en dat hij daar misschien weer een tiende van zou kunnen oplossen, en dat een operatie dus geen enkele zin had. Hij vertelde me dat de pijnk neuropatische pijn was (zenuwpijn) en  verwees me terug naar de huisarts om te overleggen wat er nu moet gebeuren. Mogelijk naar een pijnpoli of revalidatie. Hij wilde me niet verwijzen, zei dat hij dat niet mocht en dat was onzin natuurlijk. Hij wilde niet…
Uit de brief die een aantal dagen later binnenkwam bij de huisarts bleek dat hij toch adviseerde naar een revalidatiecentrum te verwijzen. En ook adviseerde hij de huisarts me niet meer te laten shoppen bij verschillende artsen. Zelfs de huisarts was geschokt door mijn verhaal. En dat was dus dat…..

Ik wist dus nu dat het zenuwpijn was, dat er geen operatie meer mogelijk was (tenzij ik een verlamming zou krijgen door de hernia, maar dan was de kans op een dwarslaesie groot) en dat ik absoluut nooit meer naar deze beide artsen terug wilde. Maar er moest natuurlijk wel wat gebeuren want het kon zo echt niet doorgaan. Ik lag hele dagen op de bank met veel pijn, slikte heel veel pijnstillers (van paracetamol tot tramadol, een morfine-achtige pijnstiller), was depressief en moe van alles. De fysio wilde me niet meer behandelen zonder behandelpian over wat wel en niet mocht en kon want alles wat de man deed, pakte averechts uit en in plaats van beter werd het alleen maar slechter. In overleg met mijn huisarts hebben we in december een plan van aanpak opgesteld. We moesten een keuze maken, naar een revalidatiearts, naar een pijnpoli of nog een keer een second opinion. Het werd een aanmelding bij revalidatiecentrum ’t Roessingh in Enschede, nadat ik zelf had uitgezocht waar ik naartoe wilde. Maar daar was een lange wachtlijst, dus voorlopig moest ik mijn tijd anders besteden. Ik ben in afwachting daarvan aan het quilten, borduren en breien gegaan. Want pas begin juli 2008 kon ik terecht voor de eerste intake. Maar daar vertel ik in deel 7 meer over.

Tot morgen!

Kleine dingen – 17 februari 2013

Kleine dingen

Vandaag is het zondag, een dubbele rustdag voor mij. Want na een paar zware dagen kan ik vandaag weer even ademhalen en genieten van de kleine dingen. Dit gedicht vond ik ergens het grote wijde web en het past nu voor mij heel goed bij deze dag.

Kleine momenten van geluk

Geluk zit in kleine dingen
Even een momentje
genieten van helemaal niks
Je even met rust omringen
Bijtanken
Overdenken

Gedachten laten je niet met rust
Door toch te proberen
dit om te keren
Je overgeven aan vrijheid,
genieten van kleine momenten
Een stralende lente,
vol zonneschijn
is wat een klein beetje geluk kan zijn

Even geen zorgen,
niet denkend aan de dag van morgen
De kalmte laten bezinken,
niet in gedachten verdrinken
Het even laten voor wat het is
Niet alles is een hindernis
die je steeds weer nemen moet
Ook al doet het soms zo’n goed

Belangrijk is aan jezelf te denken
Alles even aan de kant
Dat de komende dagen
die weer het uiterste vragen
te bevatten zijn
en je juist niet verlamt

De opgedane energie
van de bijgetankte rust
Laat je weer kijken
door de spiegel van geluk
Wees niet ongerust
later zal blijken
Dat je spiegelbeeld zal wijken
Onomwonden
Kalmte in jezelf teruggevonden

Liefs voor iedereen en tot morgen!