Volle maan – 25 februari 2013

Volle Maan

Mijn blog zou vandaag gaan over onze buitenlandse vakanties, maar die sla ik even over. Want ik wil jullie graag laten kennismaken met de dichteres Hanny Michaelis.(1922 – 2007). Zij debuteerde in 1949 met Klein voorspel. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativerend. De oorlog, waarin zij haar beide ouders verloor, drukte een groot stempel op haar werk.

Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar Verzamelde gedichten en in 2002 een bundel met jeugdherinneringen in proza Verst verleden. Hanny Michaelis overleed op 84-jarige leeftijd. Ze werd op
12 juni 2007 in kleine kring begraven op de Joodse Begraafplaats in Muiderberg (Met dank aan Wikipedia)

Ik ben met haar gedichten in aanraking gekomen doordat een vriendin een bundeltje van haar in de kast had staan. Van de poëzie daarin was ik dusdanig onder de indruk dat ik die bundel, De Rots van Gibraltar meteen zelf heb aangeschaft en er daarna nog vier andere bundels aan heb toegevoegd.
Haar gedichten zijn puntig, fascinerend, soms hilarisch maar vooral ook staan ze in het teken van liefde en afscheid.

Om haar veelzijdigheid aan jullie te laten lezen, heb ik twee gedichtjes uitgekozen die allebei een heel andere kant van deze dichteres laten zien.

Uit ‘De Rots van Gibraltar’  (1969) en omdat het vandaag volle maan is.

VANAVOND hoorde ik
dat de maan niet rond

maar peervormig is
met tenminste twee
uitstulpingen, misschien
wel drie. Toen ik later
naar buiten keek
klom een ronde
witgloeiende schijf
boven de daken uit
en ik betrapte me
op dezelfde koppigheid
waarmee ik andere
gedeukte illusies
in ere houd.

Het tweede gedicht komt uit de bundel Wegdraven naar een nieuw Utopia (1971)

Tegen half september werd het
na een legendarisch lange zomer
opnieuw snikheet. In het stenen kamertje
waar ze aan een zuurstof-apparaat geklonken lag
daalde toepasselijk de schemering.
Terwijl zeven verdiepingen lager
voor de deur van het ziekenhuis
een jongen en een meisje hoorbaar
afspraken de volgende dag te gaan zeilen,
kwam haar adem steeds langzamer, steeds zwakker.
Bewusteloosheid haar had altijd zorgelijk
en ietwat stuurs gezicht ontspannen
alsof ze eindelijk verzoend was met haar lot.

Vier dagen later liepen we in herfstig zonlicht
onder blinkende wolken door de eerste
gevallen bladeren, haar afscheidsmuziek
(variaties van Mozart) nog in onze oren,
niet droefgeestig, bijna opgewekt.

Jaren erna begon ik plotseling te snikken
toen ik een witkatoenen zak terugvond
waarop ze met drie contrasterende kleuren lint
het overbodige woord WAS had geborduurd.

En met deze toegift uit Rots van Gibraltar wil ik dit blog van vandaag afsluiten:

BRILJANT filosoferend
over het leven liet ik
de aardappels verbranden.
Een onmiskenbaar bewijs
van emancipatie.

Tot morgen!