Vakantie in Brabant – 24 februari 2013

Vakantie in Brabant

Zoals ik jullie gisteren beloofd heb, vertel ik vandaag hoe onze enige en meteen laatste vakantie in het Brabantse land verliep.
Na diverse vakanties op Texel, Ameland en in Drenthe wilden we wel eens wat zuidelijker. En dat hebben we geweten.

Het was 1988 en we hadden een mooi huisje uitgezocht op een bungalowpark in Vlierden. Volgens mij heette het De Bikkels. Wat we hier meemaakten heeft mij in elk geval voorgoed genezen van een vakantie daar. Dat kwam omdat het een ‘beesten’-vakantie was. En maar voor een zesde deel in positieve zin, de rest in negatieve zin.

De brochure liet een park zien in het bos met vrij ruime vrijstaande  huisjes met een terras, diverse speelplekken voor de kinderen en een mooi uitgangspunt voor fietstochten en wandelingen. We hadden er erg veel zin in.
Na aankomst moesten we eerst de sleutel ophalen bij de receptie en ons inschrijven en met behulp van de plattegrond konden we door naar ons huisje dat helemaal achteraan op het park lag.

Het was ons al opgevallen dat vanaf het moment dat we Den Bosch voorbij waren, een bepaalde lucht onze neus prikkelde. En het was geen fris ruikende lucht, nee, eerder het tegenovergestelde. Zeg maar rustig dat de stank steeds groter werd. Vergeet niet dat het 1988 was en de milieuvoorschriften nog lang niet zo streng waren als nu. Al snel waren we er achter dat we varkens roken, stinkende varkens. We kwamen langs steeds meer varkensstallen en de lucht is gedurende die vakantie niet meer uit mijn neus verdwenen. Het zal er nu ongetwijfeld niet meer zo stinken, maar toen vond ik het niet te harden. En dat was dan de eerste negatieve ervaring van deze vakantie.

De tweede domper kwam bij het binnenlopen van het voor ons gereserveerde huisje: we roken ‘hond’. En niet zo’n klein beetje ook. Jasses. De geur van natte stinkende hond hing in het hele huisje en de stofzuigerzak bleek vol te zitten met hondenharen en we wisten niet hoe gauw we de openslaande deuren open moesten doen om de lucht een beetje te laten verdwijnen. En bovendien zat niet alleen de stofzuigerzak vol, ook de vloer en de bank zaten vol met haren. Stofzuigen had geen zin want de zak zat vol. We hebben dus daar maar één keer gezogen vanwege bittere noodzaak, want anders hadden dat we absoluut achterwege gelaten.

We hadden wel een schitterend plekje en konden zo vanaf het terrein in het omringende bos wandelen. Dat deden we dus ook meteen al de eerste middag. Hè hè, we waren zover dat we konden gaan genieten ook al was de stank van varkens nog steeds duidelijk aanwezig. Wat we niet wisten is dat de nabijheid van varkensstallen ook de aanwezigheid van steekvliegen en horzels met zich mee brengt. Bah, wat een akelige beesten. Natuurlijk moesten ze mij hebben, dus het wandelen daar vlakbij was geen onverdeeld succes. Ik bleef die beesten van me af slaan. de hele wandeling door. En dat was dus voor mij meteen het einde van de wandelingen in de buurt.

Het enige leuke beest waar we mee geconfronteerd werden was de eekhoorn die steeds op bezoek kwam. Steeds brutaler en uiteindelijk durfde hij zelfs binnen op de tafel wat hapjes te eten. Daar hebben we van genoten. En natuurlijk hebben we best heel veel leuke dingen gedaan, maar ik ben nog niet aan het einde van de ‘beesten-ellende’. Zo zijn we naar Overloon geweest, naar het Oorlogs- en verzetmuseum waar we de tentoonstelling samen met de jongens hebben bekeken en ze buiten de vliegtuigen, tanks en auto’s natuurlijk prachtig vonden. En de fietstochten over de Drunense en Strabrechtse Heide waren ook fantastisch. We hebben ook een tocht met een huifkar gemaakt vanaf het park. Twee paarden trokken de kar en op de ranja die werd uitgedeeld op de speel- c.q, rustplek lieten de wespen ons ook niet met rust.

Na een van de uitstapjes kwamen we het huisje binnen, deden de terrasdeuren open en meteen ontstond er een grote zwerm van vliegende mieren die in een mum van tijd de hele kamer in bezit nam. Waar kwam dat nu weer vandaan? Het bleek dat er een groot mierennest onder de drempel van het huisje en gedeeltelijk onder het terras zat en de mieren waren waarschijnlijk vanwege een geslachtsrijpe vrouwelijke mier met zo’n paar duizend tegelijk opgestegen om haar te veroveren. Nou, ik geef je het te doen al dat akelige vliegende spul weer je huisje uit te krijgen met een volle stofzuigerzak in het bijbehorende apparaat. We zijn er werkelijk uren mee bezig geweest maar toen ze eenmaal weg waren, bleven ze gelukkig ook weg. Het was een belevenis die ik nooit meer hoop mee te maken.

Een van de laatste twee ‘beesten’-zaken valt in de categorie persoonlijk leed. Jan ontdekte namelijk een teek in zijn scheenbeen. En het was een toer dat beest er uit te krijgen. Er waren toen nog geen tekentangen. De richtlijn was het beest verdoven met alcohol en dan eruit trekken. Wel proberen de kop ook mee te nemen omdat dit nietige beestje opnieuw aangroeit als je de kop laat zitten en zich kan volzuigen met bloed.  Maar na er drank op gesmeerd te hebben (volgens mij Beerenburg) kreeg Jan het beestje los en was het wachten of de kop erbij zat. Het groeide niet meer aan en hij heeft er verder ook geen hinder van ondervonden maar ook dat was weer een negatief aspect van deze vakantie.

De ontdekking van het laatste beest valt in de categorie slappe lach. Vlak voordat we op een van de eerste dagen  in bed wilden stappen, zag ik iets weg schieten onder het bed. Voor geen goud ging ik kijken wat daar zat, maar Jan durfde natuurlijk wel. Het bleek dus te gaan om een grote groene kikker die naar binnen was gesprongen en de weg was kwijtgeraakt. Hoe het beestje naar buiten is gekomen, heb ik verdrongen, maar weg was hij wel gelukkig. Het idee om te gaan slapen met zoiets in je slaapkamer vond ik niet zo fijn.

En dat was dus onze ‘beesten’- vakantie in Noord-Brabant. De stank van varkens is vast verdwenen vanwege de strengere regels en daarmee zullen er ook vast wel minder steekvliegen en horzels rondvliegen. Vliegende mieren kunnen natuurlijk overal voorkomen, en niet perse alleen in Brabant en kikkers en teken tref je ook overal aan. We kiezen vanaf dat moment wel altijd voor een huisdiervrij huisje en ik hoop dat er nog veel meer eekhoorntjes bij zijn gekomen want ik vind het werkelijk prachtige dieren met hun mooie pluimstaart, hun snelheid en de manier waarop ze zo heerlijk zitten te peuzelen.
En ondanks dat ik nu heel goed alles wat daar gebeurd kan relativeren, nog steeds is Brabant voor mij geen provincie om daar mijn vakantie door te brengen. En dat waren dan onze vakanties in  Nederland. Morgen vertel ik verder over de buitenlandse vakanties die we met en zonder kinderen hebben gehad.

Tot morgen!