Herinner je Lelystad, deel 1 – 3 februari 2013

Herinner je Lelystad, deel 1

Op 1 februari jongstleden kwam Jan op Facebook de pagina ‘Herinner je Lelystad‘ tegen. Nadat ik ook even rond had gekeken en de pagina ‘geliket’ had, kwamen er allerlei herinneringen boven over Lelystad. Dus of ik me Lelystad nog herinner? Ja natuurlijk!

Ik had natuurlijk wel gehoord van die nieuwe stad in Oostelijk Flevoland, maar ik was er tot 1972 nog nooit geweest. Dat veranderde toen ik nog voor het eindexamen van de Rijks Pedagogische Academie in Emmen solliciteerde naar een baan als juffrouw aan de lagere school Almere in de oudste wijk toendertijd.
Oudste wijk was natuurlijk een erg betrekkelijk begrip. Lelystad bestond toen nog maar net.
Het was mijn tweede sollicitatiebrief en mijn leraar Opvoedkunde en Didactiek, dhr. Oosterwijk, vertelde me dat hij een erg goede recensie had gegeven en dat ik dat wel even waar moest maken natuurlijk.
En zo reisde ik op 9 mei 1972 met trein en bus naar die kale stad daar midden in de polder voor een gesprek met het toenmalige hoofd van de school Jan Klinkenberg. Er waren nog meer mensen die dag die mochten opdraven, wel al met ervaring. Dus ik was al gauw bang dat ik niet aangenomen zou worden, ook al waren er twee leerkrachten nodig voor na de grote vakantie. Eerst was er een gesprek met een aantal teamleden en toen met een delegatie van de Oudercommissie. Ik moest nog 20 worden in september,  nog echt een broekje in die tijd.
In de loop van de middag nam het schoolhoofd me mee voor een wandeling om de Zuigerplas, een grote waterplas  die ontstaan was nadat de polder was aangelegd. Er was nog veel oerhout te vinden en je kon er prachtig wandelen. Daar hebben we een uitgebreid gesprek gevoerd over mijn beweegredenen om naar zo’n nieuwe stad te komen en waarom ik niet dichter bij mijn ouderlijk huis in de buurt bleef. Maar mijn antwoorden waren duidelijk. Ik wilde meebouwen en dat heb ik blijkbaar zo aan hem verteld dat hij me aan het eind van de middag vertelde dat ik was aangenomen. Ik kon dus heel opgetogen naar huis. Mijn moeder lag nog in Groningen in het Academisch Ziekenhuis na een open hart operatie en thuis waren mijn zusje en vader aan het afwassen en kleding van mijn moeder aan het wassen. Boos was mijn vader dat ik zo laat thuis was en nadat ik vertelde dat ik wegging naar Lelystad is hem dat waarschijnlijk ook erg rauw op het lijf gevallen. Zo maar de deur uit zonder ergens rekening mee te houden ook al wisten mijn ouders dat ik daar had gesolliciteerd. Ik denk dat ze dachten dat het niet zo’n vaart zou lopen,maar dat deed het dus wel.

Juf Riet Houkes 1972Zelf was ik opgetogen en na mijn examen en een vakantie in de bergen trok ik naar Lelystad. In eerste instantie in huis bij een collega, Klaasje Daan en haar man Johan en hun zoontje. Want er was geen woonruimte beschikbaar op dat moment. Wel had ik me meteen ingeschreven voor een appartement want ze waren op een afstand van 100 meter van mijn school een appartementencomplex aan het bouwen, het Rode Klif. In januari 1973 betrok ik mijn eigen flatje bestaande uit een woonkamer met balkonnetje, een inpandige keuken, een badkamer en een grote slaapkamer. In de hal was een grote bergkast van houten platen en beneden had ik een schuurtje waar mijn fiets kon staan. Wat was ik er blij mee.

Mijn bureau en bed van thuis gingen mee en mijn vader had een heel bankstel gemaakt van latjes in een oranje kleur en daar had ik bruine en groene kussens op liggen. Dat stond erg leuk bij de donkerbruine muur. Een eethoekje was ook zo gekocht, een groene tafel met vier bijpassende stoelen. En voor de rest had ik een koelkast met een kookplaat erop en alle keukeninventaris die ik nodig had kwam uit de keuken van mijn moeder of bij de Hema of Blokker vandaan. Het werd helemaal mijn honk.
Van mijn eerst verdiende geld kocht ik een stereo-installatie met een radio en pickup, een neef maakte er boxen bij en ik kocht mijn eerste lp’s. De oude TV van thuis heeft het nog heel lang uitgehouden en een wasmachine had ik in eerste instantie niet nodig want ik ging ieder weekend naar huis. Dat vonden mijn ouders heel prettig en thuis stak ik dan de handen uit de mouwen.

Toen ik er kwam wonen, waren er 3000 inwoners in Lelystad. Er werd net een tweede woonwijk opgeleverd waar de tweede Openbare, Christelijke en Rooms-Katholieke scholen gevestigd werden. Ik ging dus les geven op de allereerste school van deze nieuwe stad. Ik begon met een groep tweede klassers (nu groep 5) van 43 leerlingen in een klas gepropt van een kleuterschool die een paar honderd meter verder weg stond. Na twee maanden was ik de draad kwijt en wilde alleen nog maar weg daar. Zo veel kinderen tegelijk…
Maar er was een nieuw hoofd van de school tegelijk met mij begonnen, Ruud Boontje die uit Amsterdam kwam en mij na die twee maanden met klas en al naar het gewone schoolgebouw haalde en ik een plek kreeg in het gymlokaal waar een stuk meer ruimte was en waar ik wat meer begeleiding kon krijgen in plaats van zover weg alleen te zitten. En toen begon het leuk te worden.

In het Rode Klif kwam al gauw een bewonersvereniging tot stand en ik meldde me aan als bestuurslid. De gymzaal in mijn school werd gebruikt voor de nodige bingo- en klaverjasavonden. Er waren volleybalwedstrijden, barbecue-avonden en nog veel meer. Ik leerde snel een hoop mensen kennen, kreeg  een vriendje, Ron, en toen het na een aantal weken alweer uitraakte, waren er nog veel meer leuke jongens over. En één daarvan was Jan.
Ik woonde op niveau één en achter mijn slaapkamer liep een pad door het wooncomplex wat uitkwam op de brug naar het winkelcentrum. In Lelystad werden namelijk de wijken met bruggen verbonden met winkelcentra en andere wijken. De doorgaande wegen werden alleen door auto’s, motoren en bussen gebruikt. Geen fietsverkeer om een zo veilig mogelijke situatie te creëren. Het werden wel racebanen en later is daar dan ook het nodige aan gedaan om dat te voorkomen.
Maar toen was het gemakkelijk want ik was zo bij de Albert Heyn, de bakker, de groenteboer, de drogist en de slager. Het eerste winkelcentrum van Lelystad heette dan ook Lelycentre.
Jan werkte op het postkantoor.
En hoe de kennismaking met hem verder verliep vertel ik in het vervolg ‘Herinner je Lelystad, deel 2‘.

Tot morgen!

Een gedachte over “Herinner je Lelystad, deel 1 – 3 februari 2013”

Geef een reactie: