Breien! – 2 februari 2013

Breien!

Mijn eerste herinnering aan breien was mijn oma  van moederskant die van die ‘fijne’ wollen borstrokjes maakte van gelige schapenwol die ik in de winter over een katoenen hemdje aan kreeg om de kou te weren. Gelukkig waren er geen kriebelonderbroeken van. Mijn moeder kocht gelukkig heerlijk katoenen spul.
Of mijn oma behalve sokken en borstrokken ook andere dingen breide weet ik niet meer. En wat me verteld is over de oma van mijn vaderskant, want die overleed al in 1944, is het verhaal over de poes op schoot, een sok op de pennen en een boek op de tafel voor zich.
Ik kan me wel de kniekousjes herinneren met gaatjes en bovenaan een randje met picootjes erlangs en een tunnel waar elastiek doorheen werd geregen. Ook allemaal in die vaag geel/beige kleur.

Op de basisschool kwam een keer in de veertien dagen een handwerkjuffrouw. Haar naam ben ik vergeten maar het was een pinnig mens met een brilletje en een puntneus. We leerden een net te knopen voor een bal, een kussentje borduren om als speldenkussen te gebruiken en natuurlijk ook breien. Dat begon met lapjes met ribbels en owee als je moeder je had geholpen want dat was natuurlijk meteen aan het breiwerk te zien. Dan haalde ze het uit en kon je opnieuw beginnen. Geen wonder dat ik een bloedhekel kreeg aan breien en er jaren niet meer naar getaald heb.
Scannen0014_bewerkt-1


Pas toen Wietse en Thijs geboren waren veranderde dat. Vanaf jongs af aan, heb ik vrijwel alles voor ze gemaakt. Broekjes, bloesjes, jassen, fleecepakken en truien en ben ik voorzichtig weer begonnen met het breien van een spencer. Niet meteen een te moeilijk patroon, nee, simpel en met een hele duidelijke uitleg van de winkelmevrouw waar ik het garen kocht. En vanaf dat moment ging het hard. Wietse een trui met een politieauto  of een groot zeilschip erin gebreid, Thijs (zie foto) een fietser die de berg moest beklimmen. Allbei een trui met de vuurtoren van Ameland en ik herinner me ook een trui met een voetbalnet.

Ook begon ik voor mezelf te breien. En zeker toen de jongens wat ouder werden en geen zelfgemaakte kleding meer wilden dragen. Ik breide mooie lange vesten met knopen aan de voorkant, een dikke zwarte wintertrui met een ronde pas waarin met crêmekleurig garen een Noors patroon ingebreid was, tot een jasje op pen 20 met een draad van heel dik en dan weer dun gare in  een prachtige kleur violet met wit en wat ijsblauw. Dat jasje ligt al zeker een jaar of vijftien in de kast. Het is me veel te groot en dus moet ik het eigenlijk uithalen en opnieuw breien. Maar juist door het garen is heel moeilijk te zien waar de mouw- en schoudernaden zijn dichtgenaaid en ik ben bang dat ik de verkeerde draadjes doorknip en ik heb geen reserve garen meer. Er ligt ook nog een jas tot bijna op mijn enkels van oranje/bruin grof garen. Die heb ik gemaakt in de tijd dat oranje en bruin helemaal ‘in’ waren, een flink aantal jaren geleden.
Ook ligt er een vest van echte schapenwol (gekocht op Texel in een handwerkwinkel waar de wol nog zelf werd gesponnen) met een heel ingewikkeld patroon van kabels en andere lastige steken.

Nadat ik in 2002 met mijn rug begon te klungelen, heb ik eerst mijn vrije tijd opgevuld met mijn naaimachine. Een complete nieuwe garderobe hing er na driekwart jaar in de kast. Totdat ik met mijn rechtervoet het gaspedaal niet meer kon bedienen. En met links gaat het wel als je lange einden moet, maar bij precisiewerk (en ik ben echt een Pietje Precies) lukte het maar niet de machine onder controle te krijgen. Dat was eind 2004. Toen dat niet meer lukte, ben ik gaan borduren; uren en uren per dag. Heel veel hele mooie dingen hangen er aan de muren hier in de kamer, gang en slaapkamer en boven liggen er minstens vijf grote die ik niet laat inlijsten omdat er geen plek voor is.

En toen bezochten we mijn neef en zijn vrouw in Nieuwerkerk aan de IJssel in november 2006 en werd ik meegesleept naar de bazaar van de kerk, 100 meter bij hun woonhuis vandaan. Naast een ongelooflijke hoeveelheid voorwerpen, was er één kraampje waar ik in gesprek raakte met de dame die erachter stond. Het was een kraampje met zelf gemaakte dingetjes, gebreid, gehaakt en zo voort. Ze vertelde me al gauw dat wat ze verkocht vooral door de oudere bejaarde dames was gemaakt, maar dat het wel het laatste jaar zou worden want de meeste waren inmiddels overleden en er was geen nieuwe aanwas van dames (of heren) die de voorraad aanvulden. En daarop heb ik besloten een grote voorraad knuffels te maken. En dat hebben ze geweten daar.

beestenboelBeren in alle soorten, maten en kleuren al of niet aangekleed, ezels, lange lijs-poppen, pinguins, koe, eendjes, bal met belletjes, engeltjes, zo’n twintig kerstballen , een dinosaurus, minipopjes, kikkers, een zwaan, een hond, een duif, een aap, konijnen, een haan met kippen. In totaal twee grote verhuisdozen vol.
Het waren er echt heel erg veel.
Je had de gezichten moeten zien toen de dozen uit de auto kwamen en open gingen. In eerste instantie stond alles opgepropt op een plank boven ons bed en bovenop de rugleuning van de bank in de kamer, maar dat werd zo krap dat Jan er planken bijgemaakt heeft. En omdat de bank met al die beesten niet meer als bank kon fungeren, heb ik alles verkast naar de open haard die we toch niet gebruiken.
IMG_0443_0176
Daarna had ik voor even een poosje genoeg van het breien want mijn rechterarm en -schouder waren na een verkeerd uitgepakte behandeling in het ziekenhuis zo vreselijk pijnlijk dat ik jaren niets heb kunnen doen. Wat toen nog wel lukte, was quilten. Dat heb ik mezelf geleerd en zonder enige kennis van zaken heb ik een kleed gemaakt voor op ons bed van 3,40 bij 2.20.  Dat is heel erg goed geslaagd maar daar laat ik een andere keer wel een foto van zien.

Een aantal maanden geleden probeerde ik of ik het breien weer aankon en tot mijn grote vreugde lukte dat. Ik had al twee verhuisdozen met wol weggegeven aan iemand in Venlo die er weer dekens van maakt voor vluchtelingen. Dus ben ik opnieuw begonnen met ontdekken van wat er op breigebied allemaal aan de hand was. En toen ontdekte ik dat breien ‘hot’ was en helemaal ‘in’. Niet meer dat saaie garen van vroeger maar garen met bolletjes, met pluisjes, heel dik garen en dat er gekke sjaaltjes van gemaakt konden worden en kussenhoezen en tassen en baretten en dat er steeds meer leuke garens op de markt kwamen én niet te vergeten leuke patronen waar ik inmiddels likkebaardend naar kijk,

SAMSUNGIedereen heeft inmiddels op Facebook kunnen zien wat de resultaten zijn van mijn breiwerk en er zijn diverse mensen die inmiddels het een of ander breiwerk van mij in de kast hebben hangen. Van sjaaltje tot poncho en van vestje tot babyuitzet. En het is zóóóóó leuk om te doen en geeft zo  veel voldoening.
Als er weer iets af is zegt de breister in mij dat het jammer is dat het af is , maar zegt de pijn dat het voor nu wel weer even genoeg is. Het zou echt een ramp zijn als ik niet meer zou kunnen breien, dan valt er een hoop tijdsbesteding weg. En daarom heb ik er nu even een stop op gezet. Niet meer voor een ander breien. Nee, een poosje alleen maar voor mezelf want ik kan dan rustig wachten tot het af is en de dagen dat het niet zo wil iets anders gaan doen. Ik heb inmiddels voor 16 projecten garen in huis en als er iets af is, kies ik opnieuw een project uit en verheug me opnieuw op het maken ervan. De resultaten zal ik jullie niet onthouden want die zet ik op FB.

Tot morgen!

.

Geef een reactie: