Dream a little dream of ….

 

Droom ik? Of ben ik wakker? Ik hoorde toch echt de bel, maar alles blijft rustig en ook mijn lief slaapt zo te horen aan zijn rustige ademhaling.
Ik draai me om, zoek een andere houding die zo min mogelijk pijn oplevert en val weer in slaap. En opnieuw is er iets wat me wakker maakt. Ik weet echt zeker dat Jan in mijn rug zit te porren. Snurk ik? Praat ik hardop? Vergeet ik weer eens adem te halen? In ieder geval schrik ik er wakker van en vraag aan Jan: “Wat is er?” Hij schiet overeind en zegt: “Hè? Wat? Wat is er?” Dus ik vraag opnieuw waarom hij me in mijn rug zat te porren. Maar hij weet van niks, draait zich om en pit heerlijk verder.

Mijn gelukskaartje voor deze week geeft me de opdracht om mijn dromen te onthouden, op te schrijven om daar dan een dromenboekje van te maken.
Voor mij is dat een hele lastige opdracht. Niet wat betreft het aantal dromen, nee, daar zit het probleem niet. Ik droom meer dan goed voor me is. Maar het zit in de manier waarop ik droom dat ik dit moeilijk vind.

Want hoe moet ik alle nachtmerries opschrijven die ’s nachts voorbij komen? Die vreselijk enge dromen van vuur, ellende, achtervolgingen door raar gevormde huizen, valpartijen en  verdrinking? De nachtmerries die me laten zweten, huilen, hardop praten, hard laten schreeuwen of zelfs gillen en die over die hele lange val in het diepe?


Die hele nare dromen waar ik niet uit kan komen en heel blij ben dat Jan me wakker maakt zodat ik even rustig kan bijkomen en dan opnieuw in slaap val. Soms exact verder dromend waar de vorige droom was opgehouden. Maar gelukkig voor mij; vaker komt er een nieuwe droom langs.

Sinds ik de morfine in grote hoeveelheden naar binnen spoel om de zenuwpijn onder controle te houden die me elke dag weer ‘plaagt’, droom ik.
En niet meer op een leuke manier dus, nee op de meest vervelende manier die je kunt bedenken.
Niet op de manier zoals een arts van de pijnpoli me voorhield waarbij ik door het middel (ketamine) wat ik 96 uur lang in mijn aderen kreeg gepompt misschien wel roze olifanten zou zien of verpleegkundigen die als engelen of zusters van barmhartigheid langs me zouden zweven. Nee, dat zou leuk zijn geweest en om te lachen. Morfinedromen zijn niet leuk, kan ik je verzekeren. Ze zijn afschuwelijk om mee te maken; je wordt er bang van, weet niet meer waar je bent en je wilt het liefst meteen die enge dromen achter je laten, laat staan op te schrijven. Voor mij dus geen dromenboekje.

Zelfs als ik ga slapen en aan iets leuks denk als ik eenmaal lig, komen de nachtmerrie’s langs.
Gelukkig beïnvloedt het niet mijn zin om te gaan slapen. Nee, door dezelfde morfine word ik zo slaperig dat mijn bed op zo’n moment de meest aantrekkelijk plek is waar ik wil zijn. En dan neem ik de nachtmerries maar voor lief en dream, dream, dream …..

 

 

 

Geef een reactie: